Korte biografie

Coornhert werd in 1522 te Amsterdam geboren. Zijn vader was een rijke lakenhandelaar en zijn moeder stamde uit een aanzienlijke Amsterdamse familie.

Coornhert was een uitzonderlijk getalenteerd en veelzijdig mens. Hij kreeg een brede opleiding, maar om onbekende redenen hebben zijn ouders hem niet naar de Latijnse school gestuurd. Rond zijn dertigste leerde hij zichzelf Latijn om de kerkvaders, en dan vooral Augustinus, in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen. Tegen de wil van zijn familie trouwde hij met Neeltje Symons, een vrouw van lage komaf. Als gevolg hiervan werd hij (gedeeltelijk) onterfd.

Op zijn twintigste kwam Coornhert als hofmeester in dienst bij Reinoud III van Brederode. Deze functie gaf hem toegang tot de welvoorziene bibliotheek van slot Batestein in Vianen, waar hij in aanraking kwam met onorthodoxe en ketterse denkbeelden. Hij las er Luther, Calvijn en Menno Simons. Bovenal raakte hij hier bekend met het spiritualisme, met name Sebastian Franck en de anonieme mystieke tekst Theologia Deutsch, wat zijn lievelingstekst zou worden.

Coornhert was een van de invloedrijkste en productiefste Nederlandstalige auteurs van de zestiende eeuw. Hij schreef over filosofie, theologie en godsdienstige praktijken, politiek, liefde, de Nederlandse taal en het penitentiaire systeem. Hij schreef dialogen, toneelstukken, gedichten, morele traktaten, theologische verhandelingen, liederen en politieke essays.

Vrijwel altijd schreef hij in het Nederlands. Een bewuste keuze: kennis moest voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleiding of maatschappelijke status. Vanuit dezelfde gedachte verzorgde hij vertalingen van oude en eigentijdse auteurs, onder meer Homerus, Plato, Cicero, Boccaccio, Sebastian Castellio en Colijn van Rijssele.

Ook als beeldend kunstenaar genoot Coornhert faam. Hij werkte lange tijd samen met de Haarlemse schilder Maarten van Heemskerck en was leraar van de internationaal geroemde etser Hendrick Goltzius. Zie hier voor meer over Coornherts grafische werk.

Coornhert kan worden omschreven als volkstalig humanist of volkstalig rationalist. Zijn filosofische en theologische denken gaat uit van de fundamentele goedheid, redelijkheid en verbeterbaarheid van de mens. Alle mensen zijn goed geschapen. Via de aangeboren rede, het “voncxken des Godlijcken Lichts”, zijn wij direct met God verbonden en hebben wij toegang tot waarheid en het goede. Zonde is geen gevolg van de erfzonde of onze verdorven wil, maar van onze onwetendheid, die Coornhert ziet als de “wortele alder zonden”.

Iedereen heeft een persoonlijke opdracht om de macht van zonde en onwetendheid te breken door ware kennis te verzamelen en zo via vallen en opstaan een goed en waarachtig leven op te bouwen: wellevenskunste, zoals Coornhert dat noemt. Ware kennis begint met het inzien van je eigen onwetendheid.

Coornhert leent voor dit proces de spiritualistische begrippen wedergeboorte en vergoddelijking, maar geeft daar een rationalistische draai aan. Anders dan het traditionele spiritualisme ziet Coornhert de goddelijke vonk niet als iets mystieks, maar als de rede, in elk mens aanwezig en de basis voor morele verbetering door juiste kennis. Hier (en elders) is Coornhert ook diep beïnvloed door de platoonse filosofie en de Stoa.

Ware (zelf)kennis leidt tot goed gedrag en maakt het mogelijk om al tijdens het aardse leven volmaakt te worden. Dit “perfectisme” heeft een centrale plaats in de Zedekunst dat is wellevenskunste (1586), de eerste ethica in een Europese volkstaal.

Vanuit deze ideeën was Coornhert een uiterst strijdbaar voorstander van tolerantie en gewetensvrijheid. In zijn Proces van ’t Ketterdoden ende dwang der conscientien (1590) verklaart hij de oorlog aan elke vorm van religieuze vervolging en opgelegd geloof.

Coornhert had vooruitstrevende ideeën over de behandeling van misdadigers. Het penitentiaire systeem moest volgens hem niet puur gericht zijn op genoegdoening en straf, maar ook op de heropvoeding van de misdadiger en diens terugkeer in de maatschappij. Deze opvattingen stonden aan de basis van de beroemde rasphuizen (voor mannen) en spinhuizen (voor vrouwen) die vanaf eind zestiende eeuw in de Republiek werden opgericht.

Een groot gedeelte van zijn leven was Coornhert politiek actief. Hij was secretaris van het Haarlemse stadsbestuur en later van de Staten Generaal. Ook was hij adviseur en vriend van Willem van Oranje, die hij beïnvloedde met zijn ideeën over verdraagzaamheid en vrijheid van godsdienst.

Coornhert was fel tegenstander van de Nederlandse calvinisten. In zijn ogen probeerden die, nu de katholieken hier te lande hun invloed kwijtraakten, een “nieuwe tyrannye over den conscientien” te stichten. Hij nam het tegen hen op in een aantal geruchtmakende publieke debatten waarin hij streed voor vrijheid van denken en de intellectuele en morele vorming van burgers. Vanwege zijn politieke ideeën en zijn houding ten opzichte van kerk en religie moest hij verschillende keren uit Nederland vluchten.

Hij stierf op 29 oktober 1590 in Gouda, waar hij werd begraven in the Sint-Janskerk.

Tijdlijn

Logo Coornhert Stichting footer